Sieb Haagsma over zijn werk als ambulant begeleider.

Ooit was ik tuinman. Ik tekende tuinen en legde ze aan. Daarnaast deed ik wat vrijwilligerswerk bij een buurthuis gericht op jongeren met een Turkse achtergrond. Ik maakte samen eten met ze, dacht met ze mee over het buurthuis en deed klusjes voor ze. En als ze het moeilijk hadden, thuis bijvoorbeeld, konden ze ook bij mij terecht. Dat ik een aantal jaar later zou besluiten om voor de rest van mijn leven alleen nog maar dat soort werk te doen, wist ik toen nog niet.

Een reis naar een nieuwe bestemming

Maar mijn rug trok het zware werk als tuinman niet meer. Ik besloot een jaartje te gaan reizen door Zuid-Amerika. Tijdens die reis dacht ik nog vaak terug aan mijn werk bij dat buurthuis en realiseerde ik me hoe fijn ik het vond om mensen vooruit te helpen. Teruggekomen in Nederland besloot een vriendin van me de opleiding Sociaal Werk te gaan doen. Ik hakte de knoop door: dat ging ik ook maar eens proberen. Zodra ik begon wist ik dat het iets voor mij was. In 1989 was ik klaar met die opleiding en heb ik allerlei verschillende dingen gedaan op het gebied van sociaal werk. Vooral voor vluchtelingen, en dan in het bijzonder voor alleenstaande, minderjarige asielzoekers. Een hele kwetsbare doelgroep. Ik hielp ze met hun eerste stappen, bijvoorbeeld met het uitleggen van hoe het openbaar vervoer in Nederland werkt. Maar ook met de dagelijkse dingen, zoals elke dag op tijd naar school gaan.

Terug bij het CVD, op bezoek bij mensen thuis

Na een lange omweg via begeleider, naar teamleider, naar trainer, naar beleidsmedewerker, via het CVD naar het project Zwanger en Verslaafd, kwam ik zeven jaar geleden opnieuw bij het CVD terecht als ambulant begeleider.

‘’De grote uitdaging van mijn baan is dat ik me aanpas op de persoon die ik help. De één maakt kleine stapjes, de ander grote stappen.’’

Wat ik daar doe? Ik bezoek cliënten met als doel weer volledig zelfstandig te kunnen wonen. Denk aan mensen met schulden, een verslaving, psychische problemen of een extreme verzamelgewoonte. Soms zijn ze een tijd dakloos geweest en zetten ze hun eerste stappen terug de samenleving in. Andere keren gaat het om iemand die al tientallen jaren verslaafd is, maar wel op zichzelf woont en een baan heeft. De grote uitdaging van mijn baan is dat ik me aanpas op de persoon die ik help. De één maakt kleine stapjes, de ander grote stappen. De één valt terug in een verslaving en heeft daar mijn hulp bij nodig, de ander opent zijn post niet of kan niet verstandig met z’n geld omgaan. Daarom is het goed dat ik bij ze thuis kom, want dan zie ik hoe het met iemand gaat. Of iemand z’n zaken bijhoudt en een beetje voor zichzelf en zijn huis zorgt.

Kletsen, een compliment en met elkaar lachen

Alles begint natuurlijk met praten. Hoe was je week? Wat gaat er goed? Wat lukt er niet? Waar kan ik bij helpen? Vanaf daar kan ik kijken wat ik kan doen. En wat de cliënt zelf kan doen. Want door het zelf te doen, komt hij ook sneller bij het einddoel: volledig zelfstandig wonen.

‘’Iemand die verslaafd is bijvoorbeeld, durft niet altijd eerlijk te zijn over zijn gebruik.’’

Wat er goed gaat, probeer ik zoveel mogelijk te benadrukken. Want door de jaren heen heb ik geleerd hoe groot de kracht van een compliment is. Voorbeeld. Ik kan een cliënt motiveren om zijn huis schoon te maken door daar allerlei voordelen bij te noemen. Maar als ik binnenkom en ik zie dat zijn tafel schoon is en zeg ‘’je bent goed bezig, netjes die tafel’’, dan is de kans veel groter dat ik ‘m in beweging krijg. Een andere ‘truc’ die goed werkt is humor. Daar breek ik het ijs mee, waardoor ik een relatie met iemand kan opbouwen. Dat is belangrijk, want als iemand je vertrouwt, dan krijg je veel meer voor elkaar. Iemand die verslaafd is bijvoorbeeld, durft niet altijd eerlijk te zijn over zijn gebruik.

Aan een cliënt waarmee ik nu al een flink aantal jaar werk, zie ik hoe belangrijk dat is. Hij leidt twee levens: overdag is hij een goede werknemer en zodra hij thuiskomt is hij verslaafd. Het ritme helpt hem zijn verslaving binnen de perken te houden. Maar binnenkort gaat hij met pensioen. Wat dan? Omdat we daar goed over kunnen praten en hij vanuit dat vertrouwen soms iets van me aanneemt, kunnen we een plan maken voor een nieuwe dagbesteding straks. Of dat het tijd is om toch nog eens te proberen zijn verslaving aan te pakken.