Elke maand brengen we een andere functie binnen het CVD in beeld. Deze maand Ibo Murat over zijn werk als cliëntmanager.

Als kind groeide ik, Ibo Murat, op in een arm gezin. Het was niet altijd makkelijk, financieel gezien. Daarom ben ik toen een financiële opleiding gaan doen. Maar ja, dat bleek helemaal niets voor mij. Wat ik wel wilde? Mensen helpen. Dat wist ik omdat ik daar als kind al mee bezig was. Mijn gezin had dat nodig en ik was nu eenmaal de oudste en dus de persoon die de zorg op zich nam.

Dat wilde ik voortzetten. Ik wilde iets voor mensen betekenen. Dus ben ik overgestapt naar de opleiding Social Work aan de Hogeschool Rotterdam. Die heb ik in één keer afgerond, met als uitstroomprofiel Welzijn en Samenleving. Dat ging bijzonder goed, deels omdat ik al levenservaring had rond dat vak. En ik was gedreven: wat ik voor mijn gezin betekende, dat wilde ik ook voor anderen betekenen.

Tijdens mijn stage in Rotterdam Noord was ik ambulant begeleider bij het CVD, bij cliënten aan huis. Ik bleef bij het CVD werken, deed er ook mijn afstudeerstage en maakte in september vorig jaar de overstap naar het hoofdkantoor als cliëntmanager. Ik had behoefte aan meer, ondanks de extra dagtaken die ik op me nam.

“Ik ben doelgericht en wil graag zien dat een cliënt stappen maakt. Door de helikopterview in mijn nieuwe functie valt dat meer op, dan toen ik maatschappelijk werker was.”

Een rijk palet aan taken, door alle afdelingen heen
Nu, als cliëntmanager bij team RIK (Regie, Indicatie, Kwaliteit), heb ik meer verantwoordelijkheden. Denk aan het laten in- en doorstromen van mensen die bij ons terechtkomen, waarbij ik coördineer. Verder hou ik de voortgang van cliënten in de gaten. Zowel de ambulante cliënten als de cliënten binnen onze voorzieningen, zoals de nachtopvang en onze locaties voor begeleid wonen. Wat ik dan bijvoorbeeld doe? Stel dat de begeleider van een cliënt zegt dat hij klaar is om zelfstandig te gaan wonen, dan check ik op basis van de verslagen van die begeleider of dat inderdaad een goede inschatting is. Zo ja, dan kom ik in actie: ik vraag een urgentie voor de cliënt aan, zodat hij voorrang krijgt bij de toewijzing van een huis. En bij de gemeente vragen we een nieuwe indicatie aan, zodat we hem begeleiding kunnen blijven bieden.

“Ik blijf betrokken bij die cliënt. Ik ‘’volg’’ hem. Totdat ik het signaal van de begeleider krijg dat hij klaar is om zelfstandig te gaan wonen.”

Wat ik verder doe is het voeren van zogeheten verhelderingsgesprekken die duidelijkheid moeten geven over wat iemand die bij ons binnenkomt bij de nachtopvang, precies nodig heeft. Dat doen we samen met iemand van de gemeente. Hoe gaat het met je? Wat heb je meegemaakt? Dat soort vragen stellen we dan en daar maken we een verslag van. Zo kan de begeleider met de juiste aanpak aan de slag.

Dankbaar werk én leuke collega’s

Kortom, wij de cliëntmanagers, kennen vaak alle routes die kunnen leiden tot de beste plek voor een cliënt. Als een traject met een cliënt dan niet zo lekker gaat, kunnen we zowel interne als externe partijen weer verder helpen met ons advies, en zo de cliënt verder helpen in zijn proces.

Wat me heel blij maakt in mijn werk? Als iemand enorme vooruitgang boekt. Iemand komt binnen bij de nachtopvang, dakloos, met schulden en een verslaving. Als ik voor hem of haar dan een plek heb in begeleid wonen en later van de begeleider hoor dat hij klaar is om de stap richting zelfstandig wonen te gaan maken, dan denk ik: yes, dat is goed gegaan, daar heeft iemand z’n leven weer op de rit. En verder heb ik onwijs leuke collega’s en doe ik van alles, met allerlei partijen. Dat maakt het werk afwisselend, leuk om te doen en bovendien erg dankbaar.

Ben je benieuwd welke functies er nog meer zijn bij het CVD? Bekijk dan onze vacatures.

Lees ook:

het interview met Sieb Haagsma

het interview met Coos Gunneweg