Dakloos tijdens de pandemie

Koen van der Kuil, vrijwilliger bij CVD Havenzicht, heeft onderstaand artikel geschreven. Wil jij na het lezen van dit stuk ook jouw hulp aanbieden? Neem dan contact met ons op via vacatures@cvd.nl. Laat in de titel even weten dat het om vrijwillige inzet voor de opvang gaat. Vermeld in de mail wat je achtergrond is, welke dagen en dagdelen je kan. En als je student bent, in welk jaar je zit.

Ongelijke zorgen, ongelijke lasten

De komst van corona heeft mijn luxe studentenleven flink overhoopgegooid. In een poging de verveling te overkomen probeerde ik me nuttig te maken voor de samenleving en begon ik als vrijwilliger bij CVD Havenzicht, een opvang voor dak- en thuislozen in Rotterdam. Graag deel ik mijn inzichten van deze leerzame en confronterende ervaring.

De huidige situatie

Het is alweer bijna een jaar geleden dat de eerste lockdown een feit werd. Om het aantal besmettingen omlaag te krijgen werden scholen en universiteiten gesloten, gingen festivals niet meer door en moest de horeca zijn deuren sluiten. Sindsdien is er veel veranderd, en hoewel iedereen getuige geweest is van deze verandering lijkt de impact hiervan nog niet bij iedereen duidelijk te zijn. Door de maanden heen werden de levens van velen onzekerder, somberder en eenzamer.

Scholieren, studenten, ondernemers en jonge gezinnen treft het zwaar. Een samenleving die is ingericht op scheiding van publiek en privaat ondervindt de beperkingen hiervan. De zojuist genoemde bevolkingsgroepen hebben echter nog het geluk vaak te zijn omgeven door familie en vrienden dan wel gebruik te kunnen maken van het sociale vangnet dat de verzorgingsstaat hen biedt, om hun zorgen en lasten te verlichten. Een andere groep die deze mogelijkheden meestal niet rijk is, wordt hier echter, zoals wel vaker gebeurd, vergeten.

Dak- of thuislozen, al dan niet verzekerd, staan er vaak alleen voor in een strijd tegen het ongeluk. Zonder woonadres of inkomen kan je moeilijk aanspraak maken op financiële regelingen en medische zorg, met als gevolg uitgestelde en dus ernstigere problemen. Dankzij organisaties als het CVD, de voedselbank en het Leger des Heils is er gelukkig de mogelijkheid deze mensen te helpen, maar een actiever en meer preventief beleid is hier ook hard nodig.

Maar waarom omkijken naar deze luiaards, junks en mislukkingen, zou een waar neo-liberaal zich afvragen; in de waan dat succes een keuze is, is degene zonder een verliezer. Omdat de stress-test die corona onze samenleving aandoet laat zien dat het, verrassing, toch iets complexer in elkaar zit.

Nog voor corona is het aantal daklozen tussen 2008 en 2018 meer dan verdubbeld; van 18.000 naar 40.000. Nu lijken het vooral arbeidsmigranten te zijn die verdere groei veroorzaken, maar in april worden verdere cijfers hierover bekend. Gelukkig merken gemeenten deze ontwikkeling op en worden extra bedden (op een boot, in een hotel) gerealiseerd en ook probeert de overheid leed te beperken [1]. Goede zaak, maar het lijkt mij eerder bestrijding van symptomen dan een structurele oplossing.

Ervaring uit de praktijk

Nu alweer bijna een jaar lang doe ik twee keer per maand een avonddienst op de verpleegafdeling van CVD Havenzicht. Hier verblijven mensen op medische indicatie en omdat hun gebrekkige of niet-bestaande thuissituatie een goed herstel in de weg staat. Met koffie, thee en eten ga ik langs bij de kamers van de bewoners, vraag ik hoe het gaat en houden we een kort praatje. Als student kan en mag ik nog geen medische hulp verlenen, maar zelfs met deze simpele taken heb ik al bijzondere ervaringen opgedaan.

Iets wat me al snel opviel was een scheve man-vrouwverhouding op de afdeling, waar de mannen dan flink het merendeel vormen. Na enige navraag bij collega’s bleek de verklaring te liggen in de zelfredzaamheid van de vrouw dan wel haar kans gered te worden. In andere woorden, zonder een verklaring te geven; een man in ellende staat er vaker alleen voor.

De locatie van de opvang is voor mij ook zeker relevant. Het gebouw bevindt zich aan de Willem Ruyslaan, direct tegenover een studentensociëteit waar ik zelf voor de lockdown wel wekelijks te vinden was. Toen ik nog op het volle dakterras stond vroeg ik me wel eens af hoe het leven er uit ziet van de mensen in het gebouw tegenover me. Nu kijk ik wel eens naar het lege terras vanuit de huiskamer van de opvang, denkend aan het uitzichtloze leven van de studenten in deze saaie en moeilijke tijd.

Een laatste leerzame ervaring is dat van een afwezig medelijden. Tijdens de diensten zag ik bewoners in aangrijpende en soms wel hartverscheurende omstandigheden. Een terminale vader die met zijn zoon op een kamer ligt, een man die tegen je begint te schreeuwen omdat hij door een keeltumor zichzelf niet verstaanbaar kan maken, of een verlegen jonge gast die er met de week slechter begint uit te zien. Om ze te helpen heb je echter weinig aan medelijden, merkte ik, en toen ik dit besprak met collega’s konden zij dit ook wel herkennen. Uiteindelijk is iedereen verantwoordelijk voor zijn eigen leven, en moet je je niet verliezen in het leed van een ander.

De vraag waar ik dit stuk mee wil afsluiten dient niet zo zeer activistisch, maar eerder als aanzet tot meer utopisch denken. De volgende keer als u een verloren man in een verdwaald leven ziet slapen in een parkje met kleren aan die aan een wasbeurt toe zijn, op een geïmproviseerd matras vol schimmel, vraagt u zich dan af wat het verschil is tussen u en hem.

In het kader van ‘opgeruimd staat netjes’

  1. Mark Middel, ‘Forse groei arbeidsmigranten bij daklozen’, 10 februari 2021 (NRC)