Zeven vragen aan Jojanneke Wurth, participatiecoördinator mantelzorg & familie bij Aafje-Hoppesteyn in Kralingen-Crooswijk

Naar wie kunt u als huisarts of zorgprofessional een overbelaste mantelzorger verwijzen? Wie in uw stadsgebied staat klaar om een mantelzorger met raad en daad bij te staan? In elke editie van het MantelzorgJournaal stellen wij zeven vragen aan een mantelzorgcoach uit een van de veertien gebieden van Rotterdam. Als eerste is dit Jojanneke Wurth van Aafje in Kralingen-Crooswijk.

Vraag 1: Hoe is de ondersteuning aan mantelzorgers in Kralingen-Crooswijk geregeld?
‘Heel divers. Natuurlijk via de huisartsen, de Vraagwijzer en het wijkteam. Evenzeer van belang is een boodschappendienst of de Gouden Mantelzorggids die in 2018 verscheen. Dock is hier hoofdaannemer en Aafje verzorgt als onderaannemer de mantelzorgondersteuning. Wij hebben veel ruimte in hoe we daar vorm aan geven.’

Vraag 2: Welke mantelzorgers kunnen bij u of uw organisatie terecht?
‘Zowel mantelzorgers van bewoners van onze Aafje-locatie Hoppesteyn als eigenlijk alle inwoners van dit stadgebied. Ik coach mantelzorgers bij hun enkelvoudige vragen. Gemiddeld zijn dit vijf gesprekken, waarbij ik er altijd voor waak dat mijn cliënt niet afhankelijk raakt.’

Vraag 3: Waar kunnen de overige doelgroepen mantelzorgers terecht?
Jonge mantelzorgers verwijs ik door naar het Schoolmaatschappelijk Werk. Als het gaat om respijtzorg dan zijn er verschillende mogelijkheden: dagvoorzieningen, de inzet van een vrijwilliger, thuiszorg en uiteraard kan het wijkteam hier iets in betekenen. De Vrijwilligerswinkel van Kralingen-Crooswijk heeft contact met mantelzorgers die bijstand ontvangen en vanuit de regeling tegenprestatie (deels) worden vrijgesteld. Mocht zo iemand het risico lopen om overbelast te raken, dan verwijzen zij naar mij door voor coaching. Mantelzorgers met praktische vragen om langer thuis te kunnen wonen, verwijs ik naar een ergotherapeut. Maar denk ook aan de rol van een supermarkt. Zo kent de Lusthofstraat het project Dementievriendelijk. Personeel van bijvoorbeeld de Albert Heijn krijgt training om beter met licht dementerenden om te gaan, zodat zij zo lang mogelijk op een veilige manier hun boodschappen kunnen blijven doen. Een klein gebaar met een groot effect. De reikwijdte van ondersteunende professionals is daarmee breder dan je denkt.’

Vraag 4: Met wie werkt u samen?
‘Met Dock, Leliezorggroep, de Vrijwilligerswinkel en andere spelers in dit gebied hebben we voorjaar 2018 bij Levinas een gezamenlijk zorgsteunpunt opgericht. Het is zowel een fysiek steunpunt waar mensen terecht kunnen met hun vragen als een telefonisch steunpunt. Dit initiatief loopt nu, maar we moeten het nog wel uitbouwen. Verder hebben we hier Ketenzorg Dementie waarin professionals en bewoners samen zorgvragen bespreken, oplossingen bedenken en kennis delen.’

Vraag 5: Wat doen jullie gezamenlijk?
‘We organiseren jaarlijks tien bijeenkomsten van het Alzheimercafé en dit jaar driemaal een Mantelzorgcafé met steeds een ander gespreksthema. Huisartsen en zorgprofessionals zijn hier ook van harte welkom. De locatie per bijeenkomst rouleert, zodat bewoners ook andere plekken in hun wijk leren kennen. Zo proberen we met elkaar meerwaarde te creëren. Mochten we dit jaar voldoende budget kunnen regelen, dan willen we een update van de Gouden Mantelzorggids maken. In november organiseren verschillende partijen een activiteit in het kader van de Dag van de Mantelzorg. We proberen onze activiteiten steeds meer te bundelen zonder het karakter van onze eigen organisatie of instelling uit het oog te verliezen.’

Vraag 6: Wat is uw/jullie beste actie, activiteit of wapenfeit van dit moment?
‘De intentie en de daadwerkelijke actie om het als ‘concullega’s’ zo goed mogelijk met elkaar te regelen. Denk aan het Alzheimercafé, het Mantelzorgcafé en het zorgsteunpunt in Levinas dat we gezamenlijk hebben opgezet maar die nog verder moeten groeien.’

Vraag 7: Wat is uw wens voor de nabije toekomst?
‘Raar misschien, maar mijn wens is een ander woord voor mantelzorger. Deze naam wordt door mantelzorgers vaak als stempel van buitenaf ervaren. De meesten herkennen zich er niet in, laat staan mensen die oorspronkelijk uit een andere dan de Nederlandse cultuur komen. Welk woord dan wel, tja, dat is een lastige uitdaging voor ons allemaal.’