Clémence Ross-Van Dorp, aanjager respijtzorg, reageert

Clémence Ross-Van Dorp, voormalig staatssecretaris, is sinds kort aangesteld als landelijk aanjager voor respijtzorg. Haar opdracht is om ervoor te zorgen dat respijtzorg beter aansluit bij de vraag. In samenspraak met gemeenten, zorgverzekeraars en zorgaanbieders gaat zij zich inzetten om het respijtaanbod te verbreden. De redactie van het MantelzorgJournaal stelde haar schriftelijk een aantal vragen.

Rotterdam denkt aan één centraal steunpunt voor mantelzorgers terwijl de laatste jaren zowel in de zorg als in het welzijn het lokale voorop staat. Is dit geen tegengestelde beweging?

Antwoord: ‘Wij weten niet wat Rotterdam met een centraal steunpunt voor mantelzorgers wil oplossen, maar inderdaad zijn het de bevindingen van de aanjager, dat respijtzorg veel beter zou kunnen helpen als ze eerder, makkelijker en meer op maat kan worden geboden. Dit lukt meestal het beste als respijtzorg dichtbij de zorgverlening en het informele netwerk beschikbaar is.’

Professionals, met name in het welzijn, organiseren tal van dagbestedingsactiviteiten als vervangende zorg. Toch valt het aantal aanmeldingen vaak tegen. Wat denkt u dat er aan de hand is?

Antwoord: ‘Wij hebben gezien dat die tegenvallende hoeveelheid aanmeldingen voor respijtvoorzieningen landelijk veel voorkomt. Dat komt omdat mantelzorgers hun zorg vanzelfsprekend vinden, te laat onderkennen dat ze overbelast raken en niet of te laat om ondersteuning vragen. Respijtzorg is daarbij vaak niet vanuit de behoefte, maar vanuit het aanbod gedacht georganiseerd. Daarbij is ook de toegang vaak opgezet vanuit de vooronderstelling dat mantelzorgers wel een vraag stellen.’

Wat is het belangrijkste dat professionals kunnen/moeten doen ten aanzien van respijtzorg?

Antwoord: ‘Er zijn erg veel goede initiatieven en best practices met respijtzorg in Nederland. Als aanjager wil ik die de komende maanden zichtbaar maken en zelf ook met eigen initiatieven helpen om een betere inzet van respijtzorg voor mantelzorgers te bevorderen. Mogelijk vindt ook zo’n project in Rotterdam plaats, daar zijn op dit moment gesprekken met de gemeente over.’

Wat is de belangrijkste valkuil?

Antwoord: ‘De belangrijkste valkuil is dat de mantelzorger en wat die nodig heeft, te laat wordt gezien. Dit komt omdat zorgverleners vaak teveel alleen op de patiënt gefocust zijn en de vraag om ondersteuning van de mantelzorger daarom pas komt als het te laat is. Een tweede valkuil is dat er vaak te snel vanuit het beschikbare aanbod wordt gedacht en te weinig vanuit de vraag of de mantelzorger er echt bij gebaat is.’

Wat is uw belangrijkste tip?

Antwoord: ‘Respijtzorg kan een belangrijk middel zijn om de mantelzorger te ontlasten en langer in staat te stellen zijn of haar naaste te verzorgen. Als we erin slagen om respijtzorg eerder, makkelijker en op maat beschikbaar te stellen, zal dat niet alleen de mantelzorger, maar ook de patiënt en de zorgverlening helpen. Hiervoor moeten niet alleen professionals aan de slag, maar ook de financiers die ervoor moeten zorgen dat respijtzorg makkelijker toegankelijk wordt.’